Spelen 2016

Onbehagen in Frankrijk

Vóór het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 vat het volgende beeld (geleend – en aangepast – naar een mare uit Frankrijk) de situatie samen: De blikken van twee vrouwen kruisen elkaar. Een in lompen geklede, graatmagere, jonge, vrouw doorbreekt de stilte: “Madame, ik heb zo’n honger, heeft u een stukje brood, s’il vous plait?” Marie Antoinette, koningingemalin van Lodewijk XVI, antwoordt – met een subtiel wegwerpgebaar en de nodige neerbuigendheid: “geen brood . . . , dan eet je toch gebak!

Diep ontgoocheld en tot op het bot vernederd druipt de jonge vrouw af. Even later krijgt dit beeld een positieve wending en ziet dezelfde jonge vrouw vanuit haar ooghoeken aan de horizon een driemaster met machtige beloften voor de (verre) toekomst.

Met deze beloften gaat zij opnieuw een niet aflatende worsteling aan om en met de nooit eindigende – in golven voortbewegende – vooruitgang.

Hollands onbehagen

“Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan” (Marsman); dit laagland, deze delta, is als een labyrint met talloze zijarmen en vertakkingen, maar eveneens met vele stromingen én even zovele stuwingen letterlijk en figuurlijk.

Van een stadhouder met de macht en airs van een monarch en een aristocratische regentenklasse, die slechts uit is op eigen belang en versterking van de eigen positie, nemen we afstand. Samen met het effect van het verlichte denken en van het individualisme in godsdienst en opvoedkunde vinden de beloften van de Franse Revolutie hier een vruchtbare bodem. De delta is rijp voor een omwenteling: rijp voor vrijheid, onafhankelijkheid, zelfstandigheid en verbetering.

Naast traditionele opvattingen over godsdienst en staatskunde biedt de delta vele, nieuwe denkbeelden. Zo krijgt redelijkheid ruimte binnen godsdienst en zedenkunde; zo ook scheiding van kerk en staat; alle religies worden gelijkberechtigd; er is ruimte voor religieuze twijfel, zelfs voor atheïsme. Bij de aanvang van de Bataafs-Franse periode (1795 – 1813) kent de delta een betrekkelijk hoog niveau van open discussie en dialoog over uiteenlopende thema’s, waaronder opvoeding en emancipatie, naast godsdienst en zedelijkheid evenals staatkunde en wetgeving. Het zijn de geboortejaren van de democratie, van de vrijheid van meningsuiting. Er ontstaat ruimte voor het vrije denken en voor de autonome wil.

De worsteling met Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap uit zich op verschillende manieren (o.a. met satire en ironie in woord en beeld door revolutionairen en contra-revolutionairen) en gaat – in woord en daad – gepaard met uiteenlopende gevoelens.

Zo kenmerkt 1795 zich door enthousiasme en diversiteit, en … wraakgevoelens; daarna volgt een periode van teleurstelling; in 1798 is men murw geslagen. Dit gevoel maakt in de periode 1799 – 1802 plaats voor opluchting. Vanaf 1805 ontstaat toenemende bezorgdheid over onze soevereiniteit, en – wat later – zelfs voor diepe afkeer van alles wat Frans, Europees en on-hollands is.

Met de komst van Lodewijk Bonaparte (1806) ontstaat een toenemend verlies aan speelruimte en de mogelijkheid tot zelfbeschikking. Bij de machtwisseling met Grote Broer Napoleon Bonaparte (1810) wordt het pleit beslecht; de delta is – volgens Bonaparte – te rijk; het moet een veel grotere bijdrage leveren aan het optuigen van Napoleon’s keizerrijk; de delta maakt kennis met een totaal verlies aan soevereiniteit. (Het Bataafse Experiment, 2013)

Quote

Don’t only practice your art,
But force your way into its secrets,
For it and knowledge can
Raise men to the Divine.

–  Ludwig von Beethoven